NRV Nederlandse Rorschach Vereniging

De Rorschach inktvlekkentest


In 1912 ontwierp de Zwitser Hermann Rorschach de inktvlekkentest, die bekendheid verwierf onder de naam 'Rorschach'.
De Rorschach bestaat uit tien verschillende platen met afbeeldingen van symmetrisch opgebouwde inktvlekken. Daarvan zijn er vijf met zwart-wit en grijstinten (de platen I, IV, V, VI en VII), twee zwart-wit met rood (II en III) en drie gekleurde inktvlekken, die niet toevallig de vorm hebben gekregen die ze hebben. Rorschach heeft geëxperimenteerd met verschillende vormen, kleuren en volgorden van aanbieden, en op grond daarvan besloten tot een voorloper van de huidige versie, waarbij de drukker uit kostenoverwegingen het aantal platen tot tien reduceerde. In eerste instantie was het interpretatieproces een puur intuïtief proces en waren er geen interpretatiesystemen beschikbaar waarmee responsen op systematische wijze ontleed konden worden. In de loop der tijd zijn er verschillende interpretatiesystemen ontstaan, waarvan de vijf belangrijkste waren: de systemen van Klopfer, Beck, Hertz, Piotrowsky en Rapaport/Schafer.

Het voornaamste kritiekpunt van testonderzoekers op deze interpretatiemethoden is dat deze te zeer op projecties van de onderzoeker berusten in plaats van op een wetenschappelijk gefundeerde methode over de dynamiek van het innerlijk van de respondent. In 1960 kreeg de Amerikaan John Exner opdracht de waarde van de Rorschach te onderzoeken. Tegen zijn verwachting in ontdekte hij meerdere aanwijzingen dat de methode van waarde was en hij besloot tot de ontwikkeling van een logisch, betrouwbaar en gestandaardiseerd coderings- en interpretatiesysteem. De vijf genoemde systemen nam hij als uitgangspunt en integreerde deze tot een basiscoderingssysteem. Vervolgens begon zijn zoektocht naar empirische onderbouwing van de gekozen concepten en de interpretatie daarvan. In 1974 introduceerde hij het Comprehensive System (CS).